Na een dubbele punt schrijf je in het Nederlands meestal een kleine letter. Alleen bij een volledige zelfstandige zin, een direct citaat of een eigennaam volgt een hoofdletter. Voorbeeld: 'Kies uit: rood, groen of blauw.' (klein) versus 'Hij zei: "Ik kom morgen."' (hoofdletter).
Basisregel
Kleine letter bij opsomming, aanvulling of korte toelichting. Hoofdletter bij zelfstandige zin, citaat of eigennaam.
Kleine letter — voorbeelden
- Er zijn drie kleuren: rood, groen en blauw.
- De conclusie was duidelijk: het werkt niet.
- Neem mee: paspoort en ticket.
Hoofdletter — voorbeelden
- Hij zei: 'Wij komen morgen.'
- De regel is helder: Iedereen houdt zich aan de afspraken.
- De winnaar is: Ajax.
Eigennamen
God, Amsterdam, Nederland — altijd hoofdletter, ook na dubbele punt.
Bij twijfel
Kies kleine letter tenzij het duidelijk een op zichzelf staande zin is.
Kort samengevat
Kleine letter voor opsommingen en aanvullingen. Hoofdletter voor zelfstandige zinnen, citaten en eigennamen.